Groep 8

 

Omdat een dagelijks verslag van mijn huidige groep er door de coronacrisis niet meer inzit, plaats ik op deze plaats de dagverslagen van precies elf en vijf jaar geleden. Waarom van elf en vijf jaar geleden? Omdat datum en dag precies overeen kwamen met die van dit jaar. Hieronder dus de verslagen van precies elf jaar en vijf jaar geleden:

 

Woensdag 8 april 2009  Werkweek naar Vledder - de derde dag

 

De gehele nacht is het rustig geweest op de verdiepingen. Na het postbodespel waren ze natuurlijk flink moe.


Voor vanochtend hebben we een paasontbijtje georganiseerd. Alle kinderen moeten tot acht uur op hun kamer blijven. Wij, de leiding dekken de tafels en geven er een paassfeertje aan. Daarna komen de kinderen in pyjama. 

                                
Marga, de kokkin voor de morgen, heeft voor iedereen een eitje gekookt. Meester Danny bedenkt daar weer een spelletje voor, genaamd eitje-tik. Uiteindelijk blijven Roni en Gwenda over, de finale dus. Roni’s eitje blijft heel en wordt dus winnaar. Hij krijgt een extra eitje. Nee, geintje.


Als we lekker zitten te paassmikkelen, arriveert juf Astrid. Zij is om kwart over zes uit Den Haag vertrokken om een deel van deze werkweek mee te maken. Vandaag is een leuke dag op het terrein en staat bekend als de prehistorische dag.


Juffrouw Kok belt ook nog even vanuit Monster, haar plaats van retirement. En gisteravond kregen we nog een mailtje van juf Sonja. Hoewel werkzaam op een andere school blijft ze via onze schoolsite nog nauw betrokken bij haar “ouwe”schooltje. Leuk, al die belangstelling.


Na het ontbijt dient ieder kind een lunchpakket voor tussen de middag te maken. Op een stickertje moet je naam worden opgeschreven en vervolgens op het plastic zakje worden geplakt. Alle lunchpakketten gaan in een grote Roodkapjemand.

 

Dan krijgen we het bericht dat er een aangereden ree is gevonden. School in Bos krijgt ‘m en de groep Leven in de Steentijd krijgt de mogelijkheid aanwezig te zijn bij het villen, op z’n Steentijds natuurlijk, van de ree. “Komt eens in de dertig jaar voor,” zegt Ien Rappoldt, één van de vaste begeleiders van School in Bos. Gaaf. Alle kinderen van genoemde groep (toevallig allemaal jongens die daar wat beter tegen kunnen) willen er dolgraag getuige van zijn.


Tot half tien is het alles in orde maken. Mouhssine loopt door de gang om naar buiten te gaan, maar neemt de verkeerde deur. Als hij ziet dat hij ineens in de jongensWC staat, zegt hij: “O nee” en gaat de goede deur door.


Meester Danny had om tien voor half tien, dus nog net op tijd, zijn Ryan Babelmoment en genoot daarvan met volle teugen.


Om half tien gingen de drie groepen naar hun specialiteit. Twintig kinderen naar bronsgieten met meester Henk en meester Ernest. Juf Cindy gaat mee als extra begeleiding en ook, omdat zij dit nog nooit heeft meegemaakt. Twaalf kinderen naar Leven in de Steentijd waar meester René de vijstbijl zwaait. Meester Danny ging mee als extra begeleiding, verlost van zijn Ryan Babel. En elf kinderen onder leiding van juf Ien voor manden maken. Juf Astrid hopt van de ene activiteit naar de andere om maar zoveel mogelijk te ervaren.

                                                                                      
In het bronshuis zitten de kinderen geboeid te luisteren naar het voortreffelijke toneelstuk dat meester Ernest en meester Henk voordragen om het maar zo echt mogelijk te laten zijn. Een groene “steen” wordt platgeslagen en blijkt dus koper te zijn. Weer een stapje verder in de geschiedenis. Aan zo’n platgeslagen stukje koper kun je een scherpe rand slijpen, waardoor het als een mes kan gaan dienen. Meester Ernest demonstreert het door op een stuk hout een scherpe snee te maken. Het doet Machario ergens aan denken. Hij zegt: “Pizza, meester.”


In het vuurhuis maakt juf Ien met vuursteen vuur; altijd weer een kunststukje waar de kinderen geboeid naar zitten te kijken. Als het vuurtje brandt, is het tijd om manden te gaan vlechten. Maar niet hier, want ondanks het vuur is het best wel fris. Juf Ien: “We gaan ergens anders heen, waar het warmer is, want jullie hebben geen jas aan.” Ossama zegt: “Ik heb alleen een korte trui aan.” Een T-shirt, dus.


De Steentijdgroep zie ik naar achteren vertrekken. Een aantal kinderen “bewapend” met pijl en boog of anderszins. Ze gaan naar de ree toe.


Even later neem ik een kijkje achter op het terrein. Als ik kom aanlopen zie ik Ian helemaal verlaten achter het rieten huisje staan. Ik kijk hem aan en vraag: “Heb je straf?” Ian breekt en zegt met tranen in de ogen: “Nee, ik kan er niet tegen.” Even later zie ik Ferry, ook los van de groep. Kan het ook niet aanzien. Ik vraag of ze ergens anders bij willen, maar het liefst blijven ze toch bij deze unieke gebeurtenis, ook al zien ze er weinig van.
Ze zijn de ree aan het ophangen aan zijn achterpoten om op die manier het villen gemakkelijker te maken. Met stenen gereedschap maakt meester René een begin bij de achterpoten. Het is verbazingwekkend hoe los het vel eigenlijk om het lijf zit. Hele stukken kan hij met zijn vingers lostrekken. Inderdaad is het geen appetijtelijk gezicht en het wordt nóg erger.

 

Thee wordt rondgebracht door meester Van Buren. Met een kar volgeladen met stenen trechterbekers, twee kannen vruchtenthee, suiker en houten roerlepels trekt hij door het prehistorisch landschap. Te beginnen bij de mandenmakers (géén reclame en géén keukens).
Dan theevervoer naar de villers. Daar is het villen een aardig eind gevorderd. De ingewanden van het beest liggen al in een mand en z’n huid is er bijna geheel van af. ’t Is een bloederig tafereel.

Vervolgens gaat de reis naar de bronsgieters, waar iedereen druk bezig is in gips een voorwerp naar keuze uit te “snijden.” Ze komen naar buiten en velen vinden de drinkbekers maar gek. Alina ziet ze staan en roept, hevig verbaasd: “Drinken we hier thee in?” Uit, dus.
Gracia proeft de thee en roept verrukt uit: “Aaaah, dit is veel lekkerder dan die Engelse thee.”
Dan zien we jongens van de villers met een hertenpoot door het landschap lopen. Ze moeten het aan de andere groepen laten zien. Roy heeft nog bloed aan zijn handen. Van het hert.
Het bronsgieten komt tot een apotheose, namelijk het openen van de gipsmallen. Eerst in koud water afgekoeld en dan het plakband eraf halen waarmee de twee helften aan elkaar vast zitten. Jessica: “’t Is net Sinterklaas.”

In het vuurhuis eten we het vanmorgen gemaakte lunchpakket op. Een beker chocolademelk vergezelt de boterhammen erbij. Daarna tot half twee vrije tijd. Juf Astrid vertrekt weer naar Den Haag. Ze heeft enorm genoten in de korte tijd dat ze er was. Wij stelden het zeer op prijs dat ze er was. De kinderen ook, want enkelen vroegen: “Waarom blíjft u niet langer?”

Het middagprogramma bevat vier onderdelen. Helaas begint het te regenen en is het flink fris. Gelukkig kunnen alle activiteiten binnen worden volbracht. Een vuur in ieder huis is een welkome verwarming.


In het vuurhuis is Vuur en Potten onder leiding van meester Ernest. Daar hoort ook een demonstratie houthakken bij. Wanneer hij het heeft laten zien, nodigt hij Omar uit om een stuk hout met de bijl te splijten. Omar vraagt droogjes aan meester Ernest: “Hoe groot?” Alsof Omar iedere dag zes bomen in kleine stukjes hakt. Na twee (mislukte) slagen houdt hij het voor gezien, ook al omdat hij in een enorme giebelbui verkeert.


Wie zich ook in een enorme giebelstorm bevindt, is Jamie. Zij mag het van Omar overnemen en slaat prompt het stuk hout in tweeën. Een enorme lachbui vergezelt haar: “Hahaha, Omar krijgt ‘m niet en ik wel, hahahaha.”


Na het vuur maken, volgt een trechterbeker van klei maken. Best moeilijk en meester Ernest helpt waar nodig. Onderwijl brandt het vuur nog steeds en veroorzaakt soms pijnlijke ogen door de rookontwikkeling.

         

 

Tussendoor loop ik ook nog even naar de andere activiteiten. In de buitenkeuken zit de kookgroep pannenkoeken te bakken en worden groenten gesneden voor de soep. Voor vanavond. In een vijzel wordt kristalsuiker tot poedersuiker “gevijzeld.” Een moeizaam en langdurig werkje, waar ze al snel genoeg van krijgen. Maar zo ging het vroeger toch écht.
Bij vuursteen bewerken is het erg druk, maar heel gezellig. Bijlen en speerpunten worden van vuursteen vervaardigd. Ook een tijdrovend en intensief karwei.


De modegroep bestaat uit slechts vier meisjes. Maar wel erg gemotiveerd gaan zij onder leiding van juf Marjon aan de slag.


Terug in het vuurhuis komt de les tot een eind en mogen de kinderen nog even genieten van vrije tijd. Michael is een der laatsten die weggaat en bedankt meester Ernest met: “Meester, het was een leuke les, maar ik heb wel last van m’n ogen.”


Het is best modderig aan het worden en het regent nog steeds. Jammer, want de week begon met zulk lekker weer. Het lijkt wel of het steeds minder wordt. Hopelijk is het morgen wat beter weer.


We eten in het vuurhuis. Het vuur brandt en het is weer lekker warm. Als voorafje is er soep; een soort linzensoep met pompoen erdoorheen, geserveerd in een trechterbeker en te lepelen met een houten lepel. De meesten vinden het best wel lekker. Een klein aantal vindt het maar niks. Curtis zit er tussenin. Hij zegt: “Meester die soep is wel lekker, alleen die lepel maakt het een beetje vies.”


De corveeploeg is de kippenboutjes afhalen. In die tussentijd zit de rest in het vuurhuis te wachten en babbelt wat met elkaar. Dan zegt Nihade tegen mij: “Meester, het voelt helemaal niet als kamp. Het is net of je, ik weet eigenlijk niet.” Ze heeft het dus prima naar haar zin.
De kippenbouten komen binnen. Op een servetje krijgen ze ‘m aangereikt. Enkelen vragen zich af: “Meester, hoe moet je eten?” Met je handen, dus, net zoals in de steentijd.
Tufan stookt het vuurtje nog een beetje op. Hij gooit er een paar houtblokken bij. Gevolg: Veel rookontwikkeling in de tent en nog meer geïrriteerde ogen. Een aantal moet letterlijk en figuurlijk een luchtje scheppen en gaat even naar buiten.


Na de kip is er de vanmiddag gemaakte pannenkoeken met poedersuiker. Er zijn zoveel pannenkoeken gemaakt dat ieder kind er wel tweeënhalf krijgt. Buiten wordt een appel als toetje genuttigd.


Terug in de eetzaal deelt juf Cindy iets heel bijzonders uit. Groep 6 van juf Yvonne heeft haar groep voor ieder kind op kamp een briefje laten schrijven. Uit de verhaaltjes in de brieven wordt duidelijk dat de verslagen op onze schoolsite goed worden gelezen. De leiding heeft ook een briefje gekregen. Meester Van Buren kreeg van Kadir een brief met de volgende inhoud:
Ik hoop dat u het daar leuk vindt. Heel leuk wat u op internet heeft geschreven. Ik hoop dat u snel terug komt, want het is een bende zonder u en meester Danny en juffrouw Carin en juf Cindy. De groeten aan iedereen. Doei doei.

Rumeysa heeft in het modegroepje gezeten. Daar hebben ze onder andere een soort vlechten geleerd en daarmee is ze nog steeds bezig. Ze zegt: “Is ontspannend voor me, meester.”


De ouders van Robin komen binnenrollen. Ze hebben er vanuit Den Haag vier uur over gedaan om hun zoon weer in handen te krijgen. Robin wordt dus vanavond opgehaald in verband met een activiteit elders, morgen. Ze drinken een kopje koffie mee en we babbelen wat. Leuk is te horen dat de moeder van Robin in een ver verleden twee keer in Vledder is geweest; met haar zesde klas (da’s héél lang geleden) en de eerste klas van het VO. School in Bos was toen net opgericht door Jan Wartena, dus zo’n 35 jaar geleden.

Na een kleine déja vu-rondleiding vertrekken ze met Robin weer terug naar Den Haag. Robin krijgt als opdracht mee een verslag te maken over de drie dagen dat hij in Vledder was.


Buiten is het te nat voor sport en spel, dus blijven we binnen en doen TOR, een dobbelspel. Eerst even uitleggen en dan starten. Na een aantal ronden is er ineens paniek. Meester Danny ontdekt een teek op zijn arm. De teek heeft zich al volgezogen met bloed en er is zelfs al een rood plekje ontstaan. Meester Danny wordt prompt gebruikt als lesmateriaal. De arm met teek wordt aan iedereen getoond zodat de kinderen weten hoe zoiets eruitziet. Daarna wordt meester Danny op de operatietafel gelegd en vakkundig verwijdert tekenexpert juf Cindy de teek. Meester Danny moet wél door meester Van Buren in bedwang worden gehouden.

                                            
We gaan verder met TOR. Het gaat er fanatiek aan toe en sommigen wordt het allemaal een beetje teveel, zoals Jamie. Met rode konen speelt ze en zegt tegen mij: “Ik kan er niet tegen.” Ze wordt er zenuwachtig van. Waar heb ik dat eerder gehoord.
Prachtig is het fanatisme en enthousiasme te zien als een dobbelspelletje winnend wordt afgesloten. Een simpel dobbelspelletje. Géén ingewikkelde en dure computerapparatuur, maar gewoon een simpel dobbelspelletje. Dat zouden meer mensen met hun kinderen moeten doen.
Als er een TOR is gescoord moet de gooier hard “TOR” roepen. Dat dat soms niet meer mogelijk is, bewijst Omar. Hij heeft een TOR, roept een paar keer TOR, maar er komt geen geluid uit zijn keel. Hij is dan ook al een aantal uurtjes zijn stem kwijt.
Ferry is als eerste helemaal rond en wint. Voor zijn ploeg wint hij een flink aantal Puttense dollars.

 

Na een beker drinken doen we nog een tweede spel en dan gaan je dingen opvallen. Zoals bij Nihade. Telkens wanneer zij wint, staat ze zó wild op dat steevast haar stoel een duikeling naar achteren maakt en neervalt.


Ook opvallend is dat Tufan op een gegeven moment wel erg lang op dezelfde plek blijft zitten. Hij verliest dus steeds. Nóg opvallender is dat er bij hem en zijn tegenstander steeds sprake is van een gelijkspel en dat ze erom moeten dobbelen. Wie het hoogste gooit mag door. Tufan dus niet.


Maar het meest opvallend vindt meester Van Buren dat ze bij het tweede spel veel wilder worden. Dobbelstenen vallen vaker op de grond dan in het eerste spel. Juf Carin heeft daarvoor de volgende verrassende verklaring. Ze zegt: “Dat ligt aan de dobbelstenen.”


Alina en wederom Ferry zijn als eerste weer terug op het plekje waar ze begonnen en winnen dus weer geld voor hun groepen.


Het is kwart over tien en de dames en heren worden naar hun slaapkamers gedirigeerd. Als dat allemaal snel verloopt zit er nog een bedbingo in. Nou, die volgt ook en ook hier gaat het er fanatiek aan toe. Een simpel bingospelletje. Dat zouden meer ouders met hun kinderen moeten doen.


Om kwart over elf gaan de lichten uit en is het slapen geblazen. We hopen dat dat niet teveel problemen gaat geven, want veel lichamelijke inspanningen zijn er vandaag niet geleverd. Maar leerzaam en plezierig was het weer wél.

 

Woensdag 8 april 2015

 

Christian is nog steeds ziek en het lijkt erop dat Selma dat ook is, maar tegen negenen verschijnt zij alsnog. Iets met haar zusje, diabetes, niet lekker, dus dokter bellen lagen eraan ten grondslag.

 

 We beginnen met tutorlezen en daarna zet ik Ihsaan en Bolawa even in het zonnetje. Gisteren, na schooltijd, zag ik vanuit mijn klas hen op het Middenveld achter twee nijlganzen aanlopen om ze weg te jagen, of zoiets. Ihsaan had een stok in zijn hand en gooide die op een gegeven moment richting nijlgans. Deze vloog van schrik op. Bolawa had géén stok nodig. ‘Zijn nijlgans’ vloog, alleen al door zijn verschijning, weg. Allebei geen lid van de Partij voor de Dieren, veronderstel ik.

 

CITO-Taal staat op het programma en ze beginnen eraan. De wat zwakkere taalbroeders zijn al na twintig minuten klaar, daar waar er veertig voor staan. Ongelooflijk.

                                                           

In de pauze wordt Esmée door haar moeder opgehaald om naar de ortodontist te gaan. Een onderbeugel zal haar worden aangemeten.

 

Na de pauze verder met CITO-Taal en vervolgens een bespreking ervan.

 

Op Koningsdag gaan we een sponsorloop houden om een nieuwe geluidsinstallatie te kopen. De brief en de verzamellijst voor sponsoren gaat vandaag mee naar huis. Selma, mopperig: “Nou, daar hebben wij dus niks meer aan.”

Meester: “Da’s niet waar, want jullie zullen de eersten zijn die er gebruik van zullen maken. Op de afscheidsavond.”

O ja.

 

Later hoorde ik van juf Kelly een aardige over die sponsorloop uit groep 3.

Juf Kelly: “Wat is een sponsorloop?”

Mo: “Dan moet je rondjes lopen met een spons.”

 

Redekundig ontleden. Daarmee gaan we beginnen. In een nieuw schrift. Dat sommigen moeite hebben met het gebruik van een kantlijn (Furkan, Darshan) en het goed overschrijven (Ayman: rekenkundig i.p.v. redekundig) laten we maar onvermeld. 

Toch niet, dus.

 

Bij het naar huis gaan, krijg ik ook van Rachel een hand, natuurlijk. Zegt ze: “U heeft een mooie kleur trui.” Leuk, dat ze dat opmerkte, maar zowel gisteren als vandaag heb ik de trui al aan. Donkerblauw.

 

Om één uur komt Darshan ineens de school weer binnen. Hij beklaagt zich met: “Meester, Halis gooit steeds met zand naar mij.” Ik loop mee naar buiten en zie Halis en Koray in de zandbak spelen en een aantal anderen eromheen staan. Halis roep ik bij me en hij biedt zijn excuses aan. Vervolgens stuur ik alle heren naar huis, want daar zijn ze dus nog eens geweest, terwijl de school al een uur uit is. Als ouder zou ik zeggen: “Je meldt je na school zo snel mogelijk eerst thuis.” Alleen Koray had dat wél gedaan.

 

Overigens was het wel een vreemd gezicht. Achtstegroepers spelend in de zandbak. Achtstegroepers die over vijf maanden (!!) brugklasser zijn.

 

Dinsdag 7 april 2009   Werkweek naar Vledder - de tweede dag

 

Pas in de morgen, zo rond een uurtje of zes, was er van enig rumoer op de verdiepingen sprake. Op de houten vloer af en toe een roffel van rennende voeten. Vast en zeker kinderen die even snel naar een andere kamer gingen en hard weer terugrenden, bang om te worden betrapt door de leiding.


Om vijf voor zeven stonden Sharvan en Samir al helemaal aangekleed en gewassen voor mij. Ze vroegen hoe laat de corveegroep aanwezig moesten zijn. Om kwart voor acht, dus. Ze keken op de lijst in welke groep ze zitten en gingen weer.
Yorrick kwam wat sportspullen huren in de stafkamer en zei: “Meester, ik ben allergisch voor die kussens.”


De corveegroep is bezig met het dekken van de tafels voor het ontbijt. Mouhssine ziet het een en ander aan drinken verschijnen, maar blijkbaar niet helemaal naar zijn zin. Hij vraagt: “Meester, is er nog iets anders dan melk en thee?”
Meester: “Wat wil je dan? Een borrel? Een pilsje?”
Mouhssine: “Sap.”
Nee, sap is er niet.


In afwachting van het ontbijt is een aantal kinderen buiten en voert gesprekjes. Enkele meiden werden vannacht al wakker van een kraaiende haan. Juliette had er ook last van gehad. Ze zei: “Ja, die houdt je wakker tot je slaapt.”


Heel rustig wordt er ontbeten. Een heel verschil met de herrie van gisteravond tijdens het avondeten. Bordjes moeten geheel schoon zijn als ze zijn uitgegeten. Vinay neemt dat wel heel letterlijk en zit zelfs zijn bord schoon te likken. Eventjes maar, trouwens.
De leiding zit bij elkaar en babbelt wat. Dan ziet meester Danny buiten op een boom een specht. We vragen ons af wáár die specht zit en meester Danny zegt, nog steeds helemaal in trance van dit natuurverschijnsel: “Dáár, bij die knoest.”
Juf Cindy, heel droogjes: “Wélke knoest, Dan?”


De corveeploeg ruimt af en op en de dierencorveeploeg gaat buiten aan de slag. Acht kinderen mogen iedere morgen onder leiding van juf Annie de dieren gaan verzorgen. Er is veel animo voor.
Iedereen heeft keurig zijn bordje leeg. Echter, op het bordje van meester Danny ligt nog een flinke hoeveelheid hagelslag én heeft hij zijn thee ook niet opgedronken. Strafcorvee? We gaan het in de leiding bespreken.
Het ochtendprogramma telt drie activiteiten waaruit kan worden gekozen:
-1- Zoogdieren (kleine fietstocht) met juf Beke
-2- Sporen (wandeling) met juf Marjon
-3- Bomen en bos (grote fietstocht) met meester Dick
Veertien jongens en 1 meisje kiezen voor de laatste. Ik twijfel een beetje aan de fietscapaciteiten van Rumeysa, het enige meisje, en ik vraag haar of ze het wel aan kan. Een beetje verontwaardigd zegt ze: “Ja meester. Ik heb een keer van school naar Wateringse Veld gefietst en ik was er om half acht.” (????)

Ze gaat mee en blijkt het achteraf prima aan te kunnen.


We stoppen geregeld en meester Dick vertelt veel over bomen. Dan zegt Machario ineens tegen mij: “Meester, op 10 april heb ik mijn beugel één jaar.” Heeft niets met bomen te maken, maar is tóch een interessant feitje.


Meester Dick vertelt ook dat een petje niet echt werkt tegen teken, omdat teken niet zozeer uit bomen vallen, maar meer in struiken zitten waar je doorheen loopt. Dus een lange broek is meer een vereiste.


Een bomenstop gaat over papier en dat er per dag zo’n 280.000 bomen worden gekapt om alle mensen op de wereld één dag te voorzien van toiletpapier. Meester Dick: “Hoeveel mensen wonen er op de wereld?”
Mouhssine weet het antwoord en zegt: “Zes miljard.”
Meester Dick: “Goed van jou.”
Mouhssine, naar achteren wijzend met zijn duim waar ik sta: “Van hem geleerd.”

                       
Tufan rijdt een keer verkeerd en rijdt prompt achteraan. Wanneer we na een stop wederom opstappen, vraagt Tufan voor alle zekerheid: “Meester, die kant?”
Meester Dick bevestigt de richting, maar voor alle zekerheid vraagt Tufan nog: “Geen fop?”
Rumeysa tegen mij: “Meester Dick is grappig.” Inderdaad vertelt hij heel onderhoudend met veel grapjes (Wa Teringse Veld). Rumeysa laat erop volgen: “U mag blij zijn met zo’n tweelingbroer ……. alleen z’n haar is wat grijzer.”


Op een modderpad moeten we flink doortrappen. Ik rijd er stevig doorheen. Suraj ziet het en roept bewonderend: “Zooo, meester komt gewoon chillend aan.”


Sharvan valt ergens onderweg en wordt een beetje uitgelachen. Ik vraag hem wat de oorzaak is en Sharvan antwoordt: “Ik raakte met mijn stuur een andere fiets en toen viel ik bijna in de rivier.” Het was een greppel.

 

Om twaalf uur arriveert deze fietsgroep weer bij Wilhelminaoord.
De andere twee groepen komen niet lang daarna terug. Van de jufs hoor ik dat Aleyna enigszins moeite met fietsen had. Even later zie ik haar zitten en vraag aan haar hoe het fietsen ging. Aleyna: “Nou, ik ben niet gaan pleuren.”


Er is al post vanuit Den Haag. Tweemaal, zelfs. Allebei voor Jessica. Haar ouders missen haar nu al. Of dat met Jessica ook het geval is, is niet bekend.


De corveegroep gaat tafels dekken voor de lunch. Als iedereen aan tafel zit en eet, gaat Enis naar de keuken om iets te halen. Even later komt hij terug, zónder iets en zegt tegen juf Carin: “De chef is er niet.”


Omar moet vleeswaren halen in de keuken. Hij krijgt een hoeveelheid in plastic verpakking welke hij niet openkrijgt. Hij vraagt aan mij het te openen. Ik kijk en wijs hem op het lipje, waar staat: Hier opentrekken. Omar: “Ik heb een bril nodig.”


Na de lunch krijgt ieder een kind een ansichtkaart voor thuis. Ze moeten ‘m beschrijven.
Het is frustrerend hoe sommige kinderen adresseren. Een bloemlezing:

familie Boyla
straatnaam: Hertenrade
536 postcode 2525 Den Haag
Tekst: het gaat goed mama en papa. Niet ongerust zijn.

Voor papa, mama
Landzijde 14
2543 EJ Den Haag

 

Tekst: Hallo mama en papa. Alles gaat goed en ik vind het heel leuk
De huis is heel groot, maar de kamers zijn lelijk.
Doei. Ik kom bijna thuis.
Groetjes: Ossama

Naar pr Beratrixlaan 355
Naar fam Palton
Van Vinay
To mama dad aunt sister end toe my grandmother in Holland

Tekst: Hoi mama. Ik mis je. Het is erg leuk. Ik heb veel pret. NIET HUILEN.
Van Rumeysa

Tekst: Hey mama en papa
Alles goed? Met mij gaat het heel goed. Ik mis jullie maar ik kom vrijdag terug.
Doei Mam en pap

Tekst: Hoi Papa & mama Ikram
Jullie hoeven je geen zorgen te maken. Ik ben in goede handen.

Tekst: Jullie mogen een kaartje sturen maar hoeft niet.
En ik heb nog mijn stem.
Groetjes: Nihade.

Tekst: Hallo mama en Mario,
Vrijdag ben ik jullie weer te last. En ik heb een eigen hut gebouwd in het bos. Daar chille we.
Dikke kus Steven

Pa en ma
Borgerstraat 55
2545 WG Den Haag
Tekst: Dit is cill man en ik ben bont en blauw.
Latzzzz.

Tekst: Het is heel erg leuk hier in Vledder (nou meer dan leuk)
Tot vrijdag. Groetjes: Yassine

Tekst: Hoi ma. Het is erg leuk hier. Ik vermaak me erg.
Het liefst was ik bij jou, maar het is hier ook leuk.
Groeten: je zoon
Enis

Yassine heeft zijn kaart met vulpen geschreven. Als hij zijn kaart bij juf Cindy inlevert, zegt hij erbij: “Juf, hij moet nog uitdrogen.”

Na het schrijven van de kaarten fietsen we met de gehele groep naar een heideveld. Iedereen moet achter elkaar blijven fietsen en da’s een gaaf gezicht; een heel lang lint van fietsers.
Op het heideveld legt meester Ernest uit wat we moeten gaan doen. Tussen de heide groeien struiken, dennen en lariksen. Om te voorkomen dat de heide verdwijnt, moeten die struiken eruit worden getrokken of geschept. De kinderen gaan aan de slag. Alperen en Suraj hebben dus niet goed opgelet. Ze zijn heide aan het rooien.
Laura en Aleyna zijn ook lekker bezig. Hoewel? Ze staan maar een beetje te staan en ik probeer ze te stimuleren. Ik trek een klein dennenboompje uit de grond. Ze doen het ook en ik zeg: “Ruik eens aan je handen?” De geur van hars is heerlijk. Laura, met een vies gezicht: “Nee, anders flauw ik val.”


Jessica weet waar hars ook nog voor wordt gebruikt. Ze merkt op: “Da’s ook dat spul waar je je benen mee doet.”


Een aantal kinderen is vlakbij het ven bezig. Zompige bodem en veel kikkertjes. Een aantal jongens heeft er eentje gevangen. Yorrick zelfs twee. Hij komt naar me toe en roept enthousiast: “Ik heb twee kikkers.” Hij laat ze zien en constateert dan heel droog: “O, eentje doet ’t niet.”               

                                                                      

Slangen (adders) moeten hier ook zitten. Machario heeft een aardige tip. Hij zegt: “Als je een slang ziet, moet je helemaal stijf stil staan.”


Meester Danny vindt met een aantal jongens een echte adder, maar helaas, door enorm geschreeuw van bepaalde spoorzoekers, verdwijnt het beest heel snel uit het zicht. Wél wordt een hagedis gevonden en Curtis houdt ‘m vast alsof hij een haring eet.


Dan vindt een aantal jongens twee kikkers op elkaar. Enorme hilariteit, want het zijn natuurlijk parende kikkers.


Machario pakt een stuk hout op, schreeuwt het dan uit van de pijn. Wat hij roept, klinkt wel komisch. Hij roept: “Au, hout in me huid.”


Na een tijdje drinken we allemaal een beker limonade. Yorrick verzamelt de lege bekertjes en stapelt ze in een enorme stapel. Op een gegeven moment is de stapel hoger dan hijzelf.


We rijden weer terug naar Wilhelminaoord en arriveren daar om kwart over vier. Tijd voor vrije tijd.

Om half zes is het diner en wel: School in Bos gaat naar Mexico. Dat houdt in: een heerlijke kipschnitzel en een aardappelgroentemix. Nicky heeft zijn potje appelmoes tevoorschijn gehaald. Als toetje een glas aardbeienyoghurt.
Voor de leiding heeft kok Marten iets heel speciaals gebraden. De kok komt ermee naar binnen en zet het op tafel. Galant als meester Van Buren altijd is, wil hij de schaal met heerlijk vlees voorhouden aan juf Carin. Met beide handen pakte hij de schaal vast, maar liet ‘m net zo hard weer vallen. De schaal was bloedheet. Inschattingsfoutje. Beginnersfoutje. Noem het hoe je wilt. Eigenlijk is het gewoon stom, ook al omdat de kok de schaal met een dikke theedoek vasthield en op tafel zette.


Na de maaltijd moeten we de dag van morgen alvast gaan voorbereiden. Morgen is de prehistorische dag met heel veel activiteiten. Die activiteiten mogen niet te druk bezet zijn, dus moeten we zorgen voor een evenwichtige verdeling in groepen.
Voor de morgen kunnen de kinderen kiezen uit:
* Bronsgieten
* Leven in de Steentijd
* Manden vlechten
Bronsgieten is enorm gewild, dus moet er worden geloot.
Voor de middag kunnen ze kiezen uit:
* Koken
* Vuursteen bewerken
* Vuur en Potten
* Mode
Vuursteen bewerken is hier enorm populair en ook hier moet worden geloot. Meester Danny doet dat op zijn geheel eigen wijze en na drie kwartier is iedereen onderverdeeld.


Dan even vrije tijd voordat we aan het avondspel gaan beginnen. Vóór die tijd heeft de leiding nog even koffietijd met een heerlijke door de kok gefabriceerde Bossche Bol, of eigenlijk een Vledderse Bol.

 

Om acht uur beginnen we met het postbodespel op het voetbalveld. Zestig vragen liggen aan de ene kant van het veld; de groepen staan aan de andere kant. Het is nog licht. Naarmate de tijd voortschrijdt, wordt het schemerig en donker. Ze mogen dan zaklantaarns gebruiken om de juiste vraag te vinden. Een feeëriek schouwspel.
Eén van de vragen is: In welke provincie ligt Putten? In de groep van Gwenda zegt blijkbaar iemand het verkeerde antwoord, want Gwenda reageert heel fel met: “In Overijssel, kut.”
Ze schrikt er zelf van en verontschuldigt zich.

                   
Wat betekenen de letters RW in DVD-RW? (ReWritable) is een andere vraag. Niemand weet het en daarom wordt er maar wat geraden. RioolWater is de grappigste vondst.
Wanneer de eerste twee groepen alle zestig antwoorden hebben genoteerd, fluiten we het spel af.


Binnen krijgen ze drinken en leggen we bedbingo uit. Ieder kind krijgt een bingokaart en via de intercom worden de nummers omgeroepen. Valse bingo’s worden “beloond” met een liedje door de microfoon zingen. Goede bingo’s krijgen een bedrag in Puttense Dollars voor de gehele groep. Leuk spel.

 

Om kwart voor elf gaan de lichten uit en is het slapen geblazen. De tweede dag zit er alweer op. Ook weer een leuke.


Juf Carin vraag aan meester Van Buren: “Dick, moeten wij even de vragen nakijken van het postcodespel. Ik bedoel postbodespel?” Tsja, zelfs de leiding geraakt op een gegeven moment moe.

 

Dinsdag 7 april 2015

 

Christian wordt ziek gemeld.

 

Op het schoolplein laat Jayden foto’s zien van zijn trip naar Berlijn. Goed, hoor. Hij heeft er veel van opgestoken en da’s alleen maar toe te juichen.

                                                          

Lisa meldt, ook nog op het schoolplein, dat zij met haar dansteam, in Dronten bij danswedstrijden, een beker heeft gewonnen; voor beste dancemix. Ook zij laat mij enkele foto’s zien. Ik schrik een beetje va een zwaar opgemaakte Lisa, maar dat móet natuurlijk.

 

Bij het betreden van de klas zegt Bahri: “Ik was hier gisteren dus al, meester.” Ik schiet in de lach, want op Tweede Paasdag naar school komen, heb ik in mijn gehele carrière nog niet meegemaakt. Hij is tot negen uur gebleven en toen maar weer naar huis vertrokken.

 

Yrsa is haar luizencape kwijt. Ze zoekt overal, maar kan ‘m niet vinden. Als ik in de klas duidelijk maak waarmee Yrsa bezig is, duikt Julia ineens haar tas in en haalt een luizencape tevoorschijn. Verbazing alom, natuurlijk. Wat blijkt? Bij het naar huis gaan, afgelopen donderdag, was de cape aan de tas van Julia blijven hangen, hetwelke ze pas in de auto naar huis ontdekte. Ongelooflijk.

 

Het rondje Pasen leverde niet veel bijzondere zaken op.

 

We bespreken het CITO-huiswerk voor vandaag. De eerste vraag ging over de mensen die 30.000 jaar geleden leefden. Vier afbeeldingen staan erbij, waaronder een muntstuk, dat toen natuurlijk nog niet bestond. 

Meester: “Wat hadden ze in die tijd nog niet?”

Hicham: “Kaas.”

 

Een nieuw woordpakket, de krant en de nodige nieuwe woorden en rekenen voltooien de ochtend.

 

’s Middags gymnastiek en verder gebeurde er niet veel. Morgen beter, hoop ik.

 

Maandag 6 april 2020

 

Weer bijtijds aanwezig op school om nog wat laatste werkjes te kopiëren en klaar te leggen.

Ik besef ook dat we vandaag over de helft zijn van de weken dat de school gesloten moet zijn. We moeten het maar positief bekijken

 

Wie ook zeer bijtijds is, is Reshi. Hij is de eerste, al om kwart over acht, waaruit ik opmaak dat hij lekker heeft geslapen en bijtijds wakker is geworden.

Ik neem alvast wat huiswerk met hem door. Zijn tennistekening ziet er nu stukken beter uit.

 

Even later ‘stromen’ de andere drie leerlingen binnen. Alina heeft helaas niet alles af. Ze moest overal en nergens naartoe, zei ze, hetgeen mij enigszins bevreemdde.

 

Roni zit in de tweede groep en kwam binnen met zijn capuchon nog flink over zijn hoofd getrokken. Toen ik zei deze af te doen, twijfelde hij enorm. Uiteindelijk tóch maar en wat verscheen er? Een kort geschoren koppie. Hij schaamde zich een beetje, maar dat hoeft absoluut niet.

 

In de derde groep zit Miran en hij kwam binnen met een muts op zijn hoofd. “Ja meester, ik heb griep, dus ik houd ‘m op,”

zei hij.

Meester: “Volgens mij heb je een nieuw kapsel.”

Uiteindelijk deed Miran zijn muts af en verscheen er eveneens, net als bij Roni, een kort koppie. Zijn vader had er de schaar in gezet, maar niet geheel professioneel.

 

Bij de laatste groep was Lina wederom (nu veel) te laat. Ze had het over een persoon die haar moedwillig (??) wilde aanrijden op de Dedemsvaartweg. 

 

Alle kinderen zijn dus (keurig op tijd en in hun groepje) geweest en hebben hun huiswerk voor donderdag (Witte Donderdag) meegenomen. Aanstaande donderdag krijgen ze werk mee voor de donderdag erop, omdat maandag 13 april Tweede Paasdag is. 

 

Ik ben druk bezig met de voorbereidingen voor aanstaande donderdag als de moeder van Lina de klas betreedt en mij een paasgebakje overhandigd. Onwijs lief en attent.

 

Om half één verlaat ik het schoolpand. Een flink aantal juffen en een meester zijn in de hal bij de kleuters bezig met het oefenen van het ‘Quarantainelied.’ Later op de dag staat het op de schoolsite. Leuk.

 

Omdat een dagelijks verslag van mijn huidige groep er door de coronacrisis niet meer inzit, plaats ik op deze plaats de dagverslagen van precies elf en vijf jaar geleden. Waarom van elf en vijf jaar geleden? Omdat datum en dag precies overeen kwamen met die van dit jaar. Hieronder dus de verslagen van precies elf jaar en vijf jaar geleden:

 

Maandag 6 april 2009

 

Werkweek naar Vledder groep 7 & 8

 

Langzaam druppelen de kinderen van groep 7 en 8 het schoolplein op. Zwaar beladen met bagage en anderszins. Sommigen hebben dermate grote tassen/koffers bij zich, dat het lijkt of ze drie weken op werkweek gaan.


Twee kinderen verschijnen niet op het schoolplein of in de klas. Semanur uit groep 7 gaat helaas niet mee. Afgelopen vrijdag is zij tamelijk ernstig ten val gekomen toen een autoportier werd geopend en zij er tegen aan reed. En Safia. Zij werd vanmorgen door haar moeder afgemeld. Het hele weekend was zij ziek geweest en nu nog steeds. Sneu, voor allebei.


De bus is er al en staat vlakbij de school geparkeerd. Het is er eentje van Brouwer’s Tours. Wanneer ik Nihade (Brouwer) en haar moeder op het schoolplein voorbij loop, zegt Nihade: “Meester, mijn naam staat op die bus.”

                 
Enkele ouders spreken mij aan. Meestal om te vragen of we goed op hun kind willen letten. De moeder van Mouhssine spreekt mij ook even apart aan. Ze zegt: “Wilt u goed op Mouhssine letten. Hij is een beetje bang in het donker.” De moeder van Nicky deelt mij mede: “Wilt u op Nicky letten? Hij heeft eten bij zich en ook een potje appelmoes.”


In de klas is tegen negenen iedereen aanwezig. Of toch niet? Jessica ontbreekt nog, maar als we uit het raam van de klas kijken, zien we haar, samen met haar moeder, aan komen lopen. Blijkbaar heeft Jessica ook heel veel bagage bij zich, want haar moeder sjouwt.


In de klas krijg ik nog een verlaat verjaardagscadeautje van Laura. Het is een blauw T-shirt met daarop in mooie grote letters: TOPmeester. Origineel en leuk. Laura: “U moet ‘m wel aan doen op de werkweek.” Gaan we doen.


Om tien over negen zit iedereen in de bus na afscheid te hebben genomen van paps, mams en andere intimi. Alle andere groepen met hun jufs (!!) staan op het schoolplein om ons uit te zwaaien. Om elf over negen draaien we de Hengelolaan op, zijn we verlost van alle ouders en onderweg.


De bus is ruim en iedereen vindt wel een plekje. Gek genoeg gaat bijna niemand op de achterbank zitten. Laura en Ebru zitten er uiteindelijk als enigen. Laura heeft een snoepje laten vallen en ze moet het oprapen. Daarna wil ze het in een aan de stoel hangend plastic zakje doen. Roept Ebru ineens: “Nee joh, daar moeten we in kotsen.” Braaf doet Laura het in een ander plastic zakje.


Mouhssine heeft zijn Mp3-speler op, althans zijn oortelefoontjes in, en zingt mee. Het is een nogal dubieus lied, want op een geven moment hoor ik: “Ik heb schijt aan de overheid.”
Ter hoogte van het Veluwemeer vraagt Muharrem aan mij: “Meester, Nicky heeft soms toch zo’n rare lach?”

Meester: “Ja, hoezo?”
Muharrem, lachend: “Kunnen we ‘m in Harderwijk effe afzetten.”


Bij Willemsbos is er een plaspauze (Muharrem: “Waarom geen poeppauze?”). De heren zoeken een boom op en de meiden gaan naar het aan de overkant liggende restaurant om een plas te doen. Natuurlijk ook wat eten en drinken. Er staan vuilnisbakken voor het afval. Gracia wijs ik op zo’n prullenbak. Ze loopt er naar toe, maar stapt al heel snel weer terug in mijn richting. Ik kijk haar vragend aan, waarop ze vraagt: “Mag ik het ook in mijn tas in de bus doen?”
Meester: “Waarom?”
Gracia: “Het stinkt daar.


Om tien over twaalf arriveren we in Wilhelminaoord en draait de chauffeur (Piet) zijn bus achterstevoren het terrein op. Als we uitstappen, voelen we de warmte. De zon schijnt en het is windstil. Juf Carin ontvangt van haar dochter een SMS’je waarin is te lezen dat het in Den Haag bewolkt en fris is. Mooi.


We worden ontvangen door Dick Koper, Henk van Blitterswijk en Ernest Mols. Oudgedienden van het Buitencentrum Wilhelminaoord.

         
We nemen allemaal plaats in de eetzaal en Dick vertelt over wat er allemaal mag en niet mag.
Daarna worden de slaapkamers betrokken. De meesten hebben al groepjes gemaakt en kunnen zo een kamer op. Er blijven zelfs nog kamers over.


De leiding neemt even zijn intrek in de stafkamer. Op de deur staat ook duidelijk STAFkamer. Ian maakt een grapje en zegt, wijzend op het bordje: “Meester, ik wil straf.”


Met Juliette loopt het even later iets anders. Zij staat op Jamie te wachten, die naar de WC is. Juliette kijkt op het bordje en zegt gemeend: “O, da’s de strafkamer.” Als we haar erop wijzen, ziet ze het en zegt: “O nee, stafkamer.” Als Jamie even later van de WC komt, overkomt haar hetzelfde. Tsja, groep 7, hè.

In twee groepen worden we over het terrein van School in Bos geleid. Het is best wel warm in het zonnetje en Tufan heeft er last van. Hij zegt namelijk: “Meester, ’t is warm. Is het hier de Sahara?”


De kinderen nemen plaats in het nagemaakte huis uit de late Steentijd. Een aantal komt er met dichtgeknepen neus weer net zo hard uit. In het huis zijn namelijk twee vuurplaatsen en de geur van vuur is duidelijk aanwezig. De meester vraagt aan de kinderen: “Wat rook je net toen je binnenkwam. Ossama: “Hihi, barbecue.”


Bij de halfopen keuken met de dichte kant naar de kant waar het vaakst de wind vandaan komt, vraagt de meester: “Waar komt de zon op?”
Mouhssine: “Japan.”
Roni vraagt: “Meester, waar is zuid en oost enzo?”
Meester, wijzend naar het westen: “” In het westen gaat de zon onder en bij Den Haag zie je ‘m dan in zee ondergaan.” Om er serieus op te laten volgen: “ Kun je ook horen, want dan hoor je ‘m sissen.”
Machario, verbaasd: “Ja?”


Na de rondleiding gaan we voor een soort speurtocht de bossen in. Hier en daar houden we halt om wat van de natuur onder de aandacht te brengen en er hopelijk iets van te leren. Phawan loopt naast me en vraagt: “Meester, in de jaren van uw tijd, de vijftiger en zestiger jaren, had je toch telefooncentrale?” Ik vind het niet zo leuk om me al zó oud horen zijn en vraag waarom hij dat te berde brengt. Phawan is naar het Museum voor Communicatie geweest.


De wandeling is redelijk lang en Muharrem heeft er op een gegeven moment flink genoeg van. Hij zegt: “Meester, gaan we terug en verzamelen we dan in de feestzaal?” Hij bedoelde: eetzaal.


Om tien over vier zijn we terug in de feestzaal, uuuh eetzaal, en krijgen de kinderen wat te 

drinken. Bij Gracia gaat dat wat moeilijk, want ze heeft een mitella om. Tijdens de wandeling is ze in een greppel gelopen. Gelukkig een droge. Ze heeft haar pols een beetje geknakt, maar het valt gelukkig mee.

             

De kok (Marten) vertelt mij dat het fruit dat op de tafels staat, te allen tijde mag worden genuttigd. Ik deel dit mede aan de dames en heren, waarop meteen een aanval komt op bananen, appels en mandarijnen. Niet iedereen heeft een exemplaar kunnen bemachtigen, maar als we zien dat Ferry vier (!!) stuks fruit voor zich heeft liggen, zijn we prompt in hem teleurgesteld. Beschaamd legt hij drie stuks terug in de fruitschaal na erop te zijn aangesproken.


Meester Danny legt het spel Gotcha! uit en iedereen krijgt een briefje met de naam van een ander erop. Het spel kan beginnen. Ik ben al snel uit. Op de PC-kamner ben ik alvast met dit stukje begonnen. Ineens gaat de deur open en ook weer dicht. Nicky is in de kamer; ik ben met hem alleen; hij zegt: “Gotcha” en ik ben al af. Want dat is de bedoeling: je moet degene die op je blaadje staat, op de een of andere manier alleen zien te krijgen en op die manier zijn naamkaartje afpakken.


Om kwart over vijf gaat de eerste corveeploeg aan het werk. Tafels dekken voor het avondeten. Als dat is gebeurd, gaan zij alvast aan tafel zitten, terwijl de anderen worden geroepen. Nihade, een corveeploeglid, roept naar mij: “Meester, is er niet netjes gereserveerd?”


Na een momentje stilte vóór het eten, gaat de corveeploeg het eten opdienen. Suraj, ook lid van de corveeploeg, wil geen eten neerzetten op de tafel van de leiding. Juf Cindy vraagt hem dat wel te doen, waarop Suraj verbaasd vraagt: “Gaan jullie óók eten?”


We eten Kippie Hippie, rijst met een vleessaus en sla. Als toetje staat er Knibbel Knabbelvla op het menu. Het blijkt vanillevla met stukjes chocola erin te zijn. Lekker. Het smaakte allemaal prima en sommigen schepten meerdere keren op. De leiding loopt langs om erop toe te zien dat de borden helemaal worden leeg gegeten.

 

Na wederom een momentje stilte is het afruimen geblazen, hetgeen door de corveeploeg wordt gedaan. De anderen hebben vrije tijd en gaan naar buiten. Er is een voetbalveld, een volleybalveld, een stukje bos waarin hutten kunnen worden gebouwd en natuurlijk zijn er banken waarop even kan worden uitgebuikt.
Een achttal kinderen geeft zich al op voor het dierencorvee van morgenochtend.

Om kwart voor acht is iedereen aanwezig in de eetzaal. We zitten in een grote kring en wachten op Dick die een verhaal gaat vertellen. Het wordt donker gemaakt en in het midden van de kring staat een houten standaard met een aantal brandende kaarsen. Ook een stuk hout met een bijl. Dick vertelt het verhaal over Ellert en Brammert, twee reusachtige kerels die Jantien jarenlang gevangen houden. Het verhaal is boeiend en spannend. En dat een uur lang. Als het verhaal is afgelopen, krijgt Dick een daverend applaus.


Gracia is jarig en we moeten nog voor haar zingen. Op een kruk midden in de kring zingen we haar toe. Ze heeft geld gekregen en ook een fiets. Aan de kinderen van groep 7 deelt ze een traktatie uit. Alle kinderen krijgen wat te drinken.


Buiten is het al donker. Het is pas negen uur, dus nog niet naar bed. We gaan nog wat doen en er kan een keuze worden gemaakt: een wandeling met zaklantaarn in het donker of hier blijven en wat spelletjes in de eetzaal doen. Bijna 80% kiest voor de wandeling. Velen halen hun zaklantaarn op en komen weer naar beneden. Als Yorrick beneden komt zegt hij: “Meester, ik heb letterlijk en figuurlijk een zaklantaarn.” Ik schrik een beetje, maar gelukkig haalt hij zijn lamp uit zijn jaszak.


Elenas heeft zijn zonnebril opgezet; een raar gezicht, zo in het donker. Elenas zegt dan lachend: “Meester, de zon gaat schijnen.” Grappenmaker.


De grote groep gaat onder leiding van meester Danny en meester Van Buren de wandeling beginnen. Stil is het niet en de lampen worden flink gebruikt. We lopen naar een stuk donker bos en zien bijna niets meer. Best wel spannend.


Op de terugtocht springt Ferry over een heel smal slootje. Tóch nog te breed voor hem en hij haalt een baggerpoot. Een duidelijk geval van zelfoverschatting.


Terug op het nest, het is kwart over tien, moeten ze gaan douchen en mogen ze nog even naar beneden komen om zichzelf wat te vermaken. Een flink aantal blijft op de kamers rondhangen.


Om kwart voor elf roepen we door de intercom om dat om elf uur de lichten gaan doven en de bups moet gaan slapen. Even later gaan we de kamers langs om te controleren. Drie heren zijn Oost-Indisch doof en bevinden zich niet op hun kamer. Het zijn Steven, Elenas en Curtis van wie de laatste beweerde de intercom (als enige) helemaal niet te hebben gehoord (!!!). De eerste twee waren “gewoon” even aan het buurten in een andere kamer. Enkele momenten later lagen alledrie waren ze horen.


Na drie kwartier de laatste controle. Tufan was de pineut. Hij werd gehoord, moest zijn slaapspullen pakken en mocht op een nog lege kamer zijn roes gaan slapen.


Bij de meiden was de kamer van Jamie nog helemaal niet aan slaap toe. Even later wél.
Om twaalf uur sliep vrijwel iedereen en was het volkomen rustig in huize Wilhelminaoord. De leiding evalueerde de dag en kwam tot de conclusie dat alles vlotjes is verlopen.

 

Maandag 6 april 2015

 

Tweede Paasdag.

 

Maandag 6 april 2020

 

Weer bijtijds aanwezig op school om nog wat laatste werkjes te kopiëren en klaar te leggen.

Ik besef ook dat we vandaag over de helft zijn van de weken dat de school gesloten moet zijn. We moeten het maar positief bekijken

 

Wie ook zeer bijtijds is, is Reshi. Hij is de eerste, al om kwart over acht, waaruit ik opmaak dat hij lekker heeft geslapen en bijtijds wakker is geworden.

Ik neem alvast wat huiswerk met hem door. Zijn tennistekening ziet er nu stukken beter uit.

 

Even later ‘stromen’ de andere drie leerlingen binnen. Alina heeft helaas niet alles af. Ze moest overal en nergens naartoe, zei ze, hetgeen mij enigszins bevreemdde.

 

Roni zit in de tweede groep en kwam binnen met zijn capuchon nog flink over zijn hoofd getrokken. Toen ik zei deze af te doen, twijfelde hij enorm. Uiteindelijk tóch maar en wat verscheen er? Een kort geschoren koppie. Hij schaamde zich een beetje, maar dat hoeft absoluut niet.

 

In de derde groep zit Miran en hij kwam binnen met een muts op zijn hoofd. “Ja meester, ik heb griep, dus ik houd ‘m op,”

zei hij.

Meester: “Volgens mij heb je een nieuw kapsel.”

Uiteindelijk deed Miran zijn muts af en verscheen er eveneens, net als bij Roni, een kort koppie. Zijn vader had er de schaar in gezet, maar niet geheel professioneel.

 

Bij de laatste groep was Lina wederom (nu veel) te laat. Ze had het over een persoon die haar moedwillig (??) wilde aanrijden op de Dedemsvaartweg. 

 

Alle kinderen zijn dus (keurig op tijd en in hun groepje) geweest en hebben hun huiswerk voor donderdag (Witte Donderdag) meegenomen. Aanstaande donderdag krijgen ze werk mee voor de donderdag erop, omdat maandag 13 april Tweede Paasdag is. 

 

Ik ben druk bezig met de voorbereidingen voor aanstaande donderdag als de moeder van Lina de klas betreedt en mij een paalgebakje overhandigd. Onwijs lief en attent.

 

Om half één verlaat ik het schoolpand. Een flink aantal juffen en een meester zijn in de hal bij de kleuters bezig met het oefenen van het ‘Quarantainelied.’ Later op de dag staat het op de schoolsite. Leuk.

 

Donderdag 2 april 2020

 

Weer vroeg, en als eerste, aanwezig. Ik leg alle pakketjes weer op de tafels en wacht de eerste leerlingen af. 

 

De moeder van Roni belt om te zeggen dat Roni pijnlijke ogen heeft en niet kan komen. Gelukkig heeft hij geen koorts. Mams zal in de loop van de ochtend Roni’s werk komen inleveren en ophalen.

 

Ömer is de eerste en ik kijk alvast zijn werkwoordspelling na. Moa en Alina volgen snel, alsmede de moeder van Reshi, die het huiswerk van Reshi in een plastic tas bij zich heeft. Ik vraag: “Is hij ziek?”

Moeder van Reshi: “Nee, hij ligt nog te slapen.” Ik steek mijn bevreemding niet onder stoelen of banken, vraag of zij hem alsnog wil wakker maken en naar school wil sturen, hetgeen op enig verzet stuit en geef uiteindelijk het nieuwe werk dan maar aan moeder mee.

 

Van Gaby’s vader had ik al een mailbericht gekregen dat Gaby niet om 10 uur aanwezig kon zijn, omdat er kasten e.d. voor het nieuwe huis zouden worden bezorgd. Gaby zal later in de ochtend alsnog verschijnen, gelukkig.

 

De eerste sessie was dus met drie leerlingen en de tweede ook, omdat Roni ontbrak.

 

De derde sessie is óók met maar drie kinderen (in plaats van vijf). Selina en Miran ontbreken. Straks even bellen. Jammer, dat ze zelf niet even een berichtje naar mij sturen.

 

De laatste sessie bestaat uit vier personen (Gaby ontbreekt), gelukkig wat meer.

Ook zij nemen hun huiswerk in ontvangst en verlaten één voor één het gebouw, ruim om de op de grond getekende cirkels heen lopend. 1,5 meter is best veel.

 

Miran bel ik op. Hij was niet lekker en zal zijn werk morgen komen inleveren bij juf Lilian en de daar klaarstaande envelop met nieuw meenemen.

Net als ik Selina wil bellen, verschijnt ze op school. Ze krijgt een klein beetje privéles/instructie.

Als ook Selina weer weg is, komt Gaby om de hoek kijken. Oók privéles/instructie.

 

Bij alle leerlingen liet ik een sprankje hoop verschijnen met betrekking tot de werkweek. Immers, tot aan de meivakantie zullen de scholen gesloten zijn, dus als we in mei weer beginnen, kunnen we in juni misschien toch nog …….

In de laatste week voor de meivakantie horen ze meer, wanneer het kabinet weer heeft gesproken/besloten.

 

Omdat een dagelijks verslag van mijn huidige groep er door de coronacrisis niet meer inzit, plaats ik op deze plaats de dagverslagen van precies elf en vijf jaar geleden. Waarom van elf en vijf jaar geleden? Omdat datum en dag precies overeen kwamen met die van dit jaar. Hieronder dus de verslagen van precies elf jaar en vijf jaar geleden:

 

Donderdag 2 april 2009

 

Vóór 29 mei moet het werkstuk af zijn, alsmede de spreekbeurt hebben plaatsgevonden. De datum voor de spreekbeurt mogen ze in principe zelf bepalen en vandaag komt een flink aantal naar mij toe om dit met mij te bespreken. Uiteraard willen de eersten op 28 mei. Vanzelfsprekend zit die dag al snel vol en gaan we naar de dagen ervoor. Er zijn ook kinderen die zich niet écht flink hebben verdiept in de data rond die tijd. Enkelen vragen namelijk: “Meester, mag ik 24 mei?”

Da’s op een zondag.

 

Muharrem komt bij me en vertelt een uitgebreid verhaal, dat hij begint met: “Meester, ik heb een nachtmerrie gezien.”

 

We nemen het boekje over Vledder door. Daarin een vraag over de eerste huisdieren in die tijd. De vraag luidt: Wat zal het eerste huisdier zijn geweest? (hond, natuurlijk)

Mouhssine: “Schapen.”

   

’s Middags naar de bibliotheek voor de lezing van Reina ten Bruggenkate. Het valt haar op dat veel kinderen veel boeken van haar hebben gelezen. Ze vertelt over het proces van idee naar boek en heeft ook een manuscript bij zich dat ze op de computer heeft gemaakt. Ze vraagt: “Waar kijkt de uitgever nu naar, als hij dit gaat lezen?” (spellingfouten)

Mouhssine: “Handschrift."

 

Na het bezoek aan de bibliotheek nemen we nog even de komende week door. Vledder, natuurlijk. Alle belangrijke zaken laat ik nogmaals de revue passeren. Ik merk dat ze er zin in hebben. Ik ook. Bovendien ziet het weer er voor de komende week zeer gunstig uit.

Een verslag van die week zal iedere dag zijn te lezen op de website van onze school. Werkweek groep 7 en 8 aanklikken.

 

Donderdag 2 april 2015

 

Jayden wordt door zijn vader ziek gemeld. 

Halis is weer aanwezig.

 

Dictee over het voor vandaag geleerde woordpakket. “Het zijn maar drie zinnen,” zeg ik van te voren. Nou, dat valt mee, voel je ze denken, maar na de eerste zin te hebben gedicteerd, zijn ze een andere mening toegedaan. Die eerste zin luidde:

Tijdens de cruise verkocht de antiquair de zwartharige bouvier van de mannequin voor vijf euro, waarvoor hij een reçu ontving en deze op het dashboard van zijn cruiseschip prikte.

Zes woordpakketwoorden. Niet gek.

 

CITO-Wereldoriëntatie, en wel het onderdeel aardrijkskunde, vangen we aan. Binnen de voorge